donderdag 23 april 2020

Verhaal voor de kinderen

De oude mijn


Lang geleden waren er in het midden van Europa veel mijnen. Sommige waren nog in gebruik.Anderen niet. Op de oude mijnen die niet meer in gebruik waren was een dorp gebouwd. Sommige huizen stonden boven de schachten van een oude mijn. Die schachten waren met planken afgesloten. In één van die huizen woont een weduwe met haar dochtertje Gretchen. Ze is 7 jaar.

“Gretchen,” zegt haar moeder op een dag, “ga eens naar de kelder en vul deze kan even voor mij.” Het is een mooie, heldere zomerse dag en Gretchen wil niet lang in de donkere kelder blijven. Daarom springt ze snel de trappen af naar beneden. Het volgende moment hoort haar moeder een vreselijke schreeuw.

Terwijl ze een lantaarn pakt, haast ze zich naar beneden de trap af en ze ziet dat een plank in de vloer het begeven heeft. Haar lieve dochtertje is verdwenen in de diepte van de duistere schacht! De arme moeder beeft zo erg dat ze nauwelijks op haar benen kan blijven staan. Toch weet ze het huis uit te komen en ze schreeuwt om hulp. Sommige buren, die op de akker aan het werk zijn, horen haar angstige geschreeuw en haasten zich naar het huis. Met afschuw kijken ze in het afschuwelijke hol en tot hun verbazing horen ze de stem van het meisje, “O, help me! Vlug! Vlug!”

Ze hangt met haar kleren aan een haak die uitsteekt aan de zijkant van de schacht. Die haak werd vroeger gebruikt om een ladder aan op te hangen. De mensen boven, vooral de arme moeder, zijn wanhopig. Ze horen het geroep van het angstige meisje, maar geen van allen weten ze wat ze moeten doen om haar te helpen.

Eindelijk komt een oude mijnwerker haastig aanlopen. Hij maakt onmiddellijk de opening groter. Hij zet een lier en een kuip naast de schacht. Daarmee gingen mijnwerkers vroeger naar beneden. Hij werkt zo snel als hij kan. Maar het duurt wel even voor hij klaar is. Je kunt je voorstellen hoe de
moeder zich voelt. Sommige van de mensen bidden hardop in hun angst. Ze horen ook de stem van het meisje. Ze horen haar bidden en gezangen opzeggen terwijl ze daar in grote angst hangt.

Intussen zegt de oude mijnwerker niet veel. Hij werkt hard om alles klaar te hebben om Gretchen te kunnen helpen. Dan stapt hij in de kuip met een brandende lantaarn, terwijl de anderen de touwen waaraan de kuip hangt, stevig vasthouden. Terwijl de kuip langzaam in de schacht neerdaalt stort hij
zijn hart uit in gebed. “O, genadige Vader in de hemel. U hebt me tot nu toe bewaard voor alle gevaren tijdens de lange tijd dat ik in de mijnen hebt gewerkt. Wilt U me nu ook beschermen door Uw almachtige kracht. Versterk mijn oude handen, zodat ik dit kleine meisje kan redden en geeft haar
terug aan haar bedroefde moeder. Ja, ik weet dat U mij deze vreugde wil schenken nu ik zo oud ben. Uw wil geschiede.”

Met deze woorden begint de dappere man met de gevaarlijke afdaling. De kleine meid hangt al die tijd aan de haak terwijl ze zonder dat ze er erg in heeft de stenen kan, die haar moeder haar had gegeven, nog stevig vast houdt. Als ze een beetje licht ziet naderen, steekt ze haar handen omhoog en de kan valt met een klap in stukken onder haar in de schacht. Boven horen ze de klap en het wordt doodstil.

De oude mijnwerker is al gauw in de buurt van Gretchen. Ze kan hem al zien. Hij probeert haar te troosten. De schaft wordt nauwer. De kuip kan niet verder. Hij geeft een seintje naar boven dat ze de touwen stil moeten houden, zodat hij niet verder zakt. Dan laat hij een stuk touw zakken. Gretchen grijpt het touw, terwijl ze voelt dat de haak losraakt. Ze pakt de rand van de kuip. De oude man pakt haar en trekt haar in de kuip. Ze horen de haak met een klap op de bodem van de schacht vallen. De oude man geeft een schreeuw van vreugde. “Jullie daarboven, dank God! Ze is veilig!”

Als de moeder de roep van de oude man hoort valt ze huilend op de grond. Ze kan haast niet geloven dat het mogelijk is dat haar kind gered is. Maar ze ziet het licht steeds dichterbij komen en als ze haar kind levend terugziet is haar vreugde haast niet te dragen. Het gezicht van de goede mijnwerker glanst van vreugde en dankbaarheid als hij Gretchen in haar moeders armen legt. De weduwe kan dit blijde moment nooit meer vergeten. Het versterkt haar in haar vertrouwen op God.

Uit dit waargebeurde verhaal kunnen we ook de volgende les leren.

Gretchen kon zichzelf niet redden. Niemand kon dat behalve de oude mijnwerker. Hij daalde af in de put om Gretchen te redden. Het had niet langer moeten duren.

Zo is het ook met ons. Wij kunnen ook onszelf niet redden uit de kuil waar we door onze zonden inzitten. Maar er is iemand Anders die in de kuil is afgedaald. Jullie snappen wel Wie ik bedoel. In Psalm 40:2 zegt David: “Hij heeft mij uit een ruisende kuil, uit modderig slijk opgehaald, en heeft mijn voeten op een rotssteen gesteld.” Dat heeft de Heere Jezus gedaan. Dat doet Hij nog. Hij doet alles voor Zijn kinderen om hen uit de kuil te verlossen. De oude mijnwerker waagde wel zijn leven, maar hoefde niet te sterven. De Heere Jezus wel. Dat moest. Maar Hij is ook opgestaan en daarom kunnen ook kinderen nog bekeerd worden en uit de ruisende kuil gehaald worden.

foto: Unsplash, Bruno van der Kraan