Bijbelverhaal #15

Een overzicht van de vorige verhalen is hier te vinden.

Een voorgelezen versie van de Bijbelvertelling is hier als mp3 beschikbaar.

De kleurplaat van deze week is hier(PDF) te vinden.

3 x kleurplaat of antwoorden op de vragen opsturen = cadeaubon van 5 euro!
Dit kan je doen naar: club@inloopdelichtboei.nl
Graag met je naam en adres erbij.

De opstanding

Wien zou ons de steen van de deur des grafs afwentelen? Hoor je dat? Wie stelt deze vraag? Kijk een er is een groepje vrouwen op weg naar het graf van de Heere Jezus.En de sabbat is al voorbij en na de sabbat weten ze niet hoe gauw ze naar het graf van de Heere Jezus moeten gaan. Waar Hij begraven is met Goede vrijdag. Weet je wie die vrouwen zijn? Het is Maria Madaglena waar de Heere 7 duivelen heeft uitgeworpen. Het Is Maria een andere Maria de moeder van Jakobus. Jakobus is een discipel van de Heere Jezus. En er zijn nog een aantal andere vrouwen bij. En ze hebben zon verlangen om na de Heere Jezus toe te gaan. Maar de Heere Jezus ligt toch in het graf? De Heere Jezus leeft toch niet meer? Ja, dat weten ze wel. Dat is erg verdrietig. Ze zijn op weg naar een dode Jezus. En Die dode Jezus die hebben ze zo lief. En kijk eens wat ze bij hun hebben? Specerijen, zalf om de Heere te gaan zalven. En de liefde die dringt in hun hart. Ze moeten en zullen er heen gaan. Het is alsof ze ernaar toegetrokken worden. O wat hebben ze Hem lief!  En wat zijn ze tegelijk ook heel verdrietig dat de Heere Jezus zo moest sterven. En ook hunn begrijpen er niets van. Moest het dan zo eindigen? Wat een moeilijk einde toch de Heere Jezus Die zoveel wonderen heeft gedaan op de aarde. En nu hebben de vijanden Hem zo maar gekruisigd en begraven. Hij leeft niet meer. En opeens.. Zeg 1 van de vrouwen: wie zal ons de steen van de deur des grafs afwentelen? Er zit een grote steen voor het graf. En hoe ze ook door de liefde zijn getrokken om naar het graf te gaan en ze er nog geen eens over nagedacht hebben dat het graf dicht is en ze eigenlijk helemaal niet bij de dode Heere Jezus kunnen komen, zijn er opeens heel veel onmogelijkheden. Ze kunnen er helemaal niet bij. Die steen die zit voor het graf. Het is een grote zware steen. En ze kijken op en dan zien ze opeens dat het graf open is. De steen is weg gerold. Hoe kan dit? vol verbazing staan ze te kijken. Wat is er toch gebeurd? O en Maraia Magdalena die draait zich gauw om en ze weet niet hoe gauw ze moet gaan naar de discipelen van de Heere Jezus om dit te gaan vertellen. Weet je wat hier eigenlijk kort geleden gebeurd is?  Ja, dat weten deze vrouwen nog helemaal niet. Jullie weten wel dat de wachters bij het graf moesten staan en dat het graf verzegeld is. Om te voorkomen dat de Heere Jezus misschien wel weg genomen zal worden. En weet je wat er nu kort geleden gebeurd is? Toen is er een aardbeving gekomen en opeens is er als een bliksemschicht uit de hemel een engel uit de hemel gekomen en die opende zomaar het graf die wentelde de steen van het graf weg. En de wachters zijn enorm geschrokken en ze werden als doden. En ze zijn op de vlucht geslagen en zijn na de overpriesters gegaan en ze wisten niet wat ze hoorden. o, dit kan niet waar zijn? En weet je wat er toen gebeurd is? Ze overpriesters hebben de wachters heel veel geld gegeven en ze zijn omgekocht.  En ze moesten gaan vertellen en dat zouden ook de overpriesters doen dat ze de Heere Jezus hebben weg genomen.  Waarschijnlijk snachts toen de wachters in slaap zijn gevallen. Maar de wachters mogen niet in slaap vallen als de stadhouder dat hoort. Maar de overpriesters zeggen als jullie nooit zullen vertellen wat hier gebeurd is zullen wij ervoor zorgen dat jullie niet gestrafd worden. En zo is het gebeurd. En daarom geloven de joden tot op de dag van vandaag dat de Heere Jezus helemaal niet na deze aarde is gekomen en dat de discipelen de Heere Jezus gestolen hebben. Dat het helemaal niet waar is en daarom verwachten de joden nog altijd dat de Heere Jezus nog moet komen na deze aarde.  Maria Magdalena is bij de discipelen aangekomen en ze roept het uit: ze hebben de Heere Jezus weg genomen uit het graf en we weten niet waar ze Hem gelegd hebben! Vol ontzetting horen ze dit aan en Petrus die altijd haantje de voorste is, de eerste is staat op samen met Johannes en ze weten niet hoe vlug ze op onderzoek uit moeten gaan.  Ze gaan op weg naar het graf maar intussen zijn de andere vrouwen ook bij het graf aangekomen.En ze hebben voorzichtig gekeken in het graf. En wat hebben ze daar gezien? 2 engelen. Ze worden zo bevreesd, en de engelen zien dat en zeggen: vreest gijlieden niet, want ik weet dat gij zoekt Jezus. Maar Hij is hier niet. Zie, de plaats waar Hij gelegen heeft. Wat zoekt gij? De levenden bij de doden? Hij leeft! Dat heeft de Heere toch tegen u gezegd dat Hij zal opstaan? Ga maar terug naar Jeruzalem en vertel het Zijn discipelen en vertel het ook aan Petrus, dat Jezus opgestaan is. Horen jullie dat? De engelen zeggen hier nadrukkelijk zeg het ook tegen Petrus. Petrus die zijn Lieve Meester verloochend heeft. Die had gezegd ik ken Hem niet. Deze Petrus die zo gezondigd heeft die heeft de Heere Jezus ook lief. En dat zeggen Zijn engelen zeg het ook tegen Petrus.  En zeg hen dat ze naar Galilea moeten gaan en daar zullen zij Hem zien. Daar zal Hij Zijn  discipelen verschijnen. Wat een verwondering  is er in hun harten. Een stil, diep en heilig ontzag! We zien de vrouwen nu terug gaan naar jeruzalem. Maar ondertussen zien we ook Petrus en Johannes naar het graf lopen. Met haast zien we ze gaan. Maar hoe dichter ze bij het graf komen hoe sneller Johannes begint te lopen en hij haalt Petrus in. Johannes ziet het graf ook openen hij kijkt naar binnen. En hij ziet het de Heere Jezus is er niet. En dan zien we ook Petrus in het graf kijken. En petrus gaat verder dan Johannes en hij gaat in het graf en ziet de doeken liggen van de Heere Jezus. En niet zomaar slordig! Nee, de doeken liggen netjes opgerold. En hij ziet de zweetdoek apart liggen van de andere doeken. En dan zien we Petrus weer terug gaan naar buiten en dan zien we ook Johannes het graf in gaan. En dan ziet ook Johannes de doeken en mag hij ook geloven. Maar of ze ook werkelijk mogen geloven dat de Heere Jezus is opgestaan. Dat weten we eigenlijk niet echt. Wat ze wel geloven is dat de Heere Jezus hier weg is! Want eigenlijk gaan ze dalijk toch ontkennen want ze kunnen het niet geloven dat Hij toch is opgestaan.  Misschien is het wel even dat ze mogen zien, en ze zien de doeken liggen en de plaats waar Hij gelegen heeft. En toch.. er zijn nog zoveel raadsels. We zien de discipelen naar huis toe gaan. Dit gaan ze tegen de anderen vertellen. Maar ondertussen is Maria Magdalena al wenend ook bij het graf aangekomen. En ze bukt om in het graf te kijken en de tranen lopen over haar wangen. Waar is toch haar lieve Heere Jezus? En dan ziet ze in het graf 2 engelen 1 aan het hoofdeinde en 1 aan het voeteneind. Waar de Heere Jezus gelegen heeft en ze  zeggen vrouw wat weent gij> En Maria kan het niet meer uithouden en ze begint nog harder te snikken. En in blinde tranen zegt ze ze hebben Mijn Heere weggenomen! En ik weet niet waar ze Hem gelegd hebben. Hoor je dat? Mijn Heere! Het was geen vreemde Heere voor haar. Ze mocht Hem al kennen. En als ze dit zegt doet ze een stapje achteruit naar buiten. En ze weet niet dat er opeens iemand achter haar staat en Wie Hij is.  Maar ze hoort wel een stem Wat weent gij? Wien zoekt Gijj? En maria denkt dat dit de tuinman is. En ze zegt: Heere zo gij hem weggedragen heb zeg mij waar gij Hem gelegd heb en ik zal Hem weg nemen.  Maria zeg eigenlijk dan zal ik Hem wel ergens anders gaan begraven. Zeg het dan toch! Maar dan opeens hoort ze haar naam: Maria.  O, en nu kent ze de stem van haar Liefste! Ze draait zich om; Rabboni Meester! En ze valt op haar knieeen. En ze wilt Zijn voeten vast pakken. Maar dan zeg de Heere Jezus; Raak Mij niet aan want Ik ben nog niet opgevaren tot Mijn Vader! Maar ga heen tot Mijn broeders en zeg hun; Ik vaar op tot Mijn Vader en uw Vader en tot Mijn God en Uw God. Maria wil de Heere Jezus graag terug als vroeger.  Maar de Heere zal over 40 dagen opvaren naar Zijn Vader. Hij zal niet lang meer op deze aarde zijn en dat moet zij gaan leren. Dat ze de Heere Jezus niet meer zo van gevoel, van nabij zou blijven zien. Maar ze moet gaan leren door het geloof. Als ze Hem niet ziet, kan ze  Hem ook niet meer voelen of aanraken. Dan is Zijn nabijheid op de aarde weg. Maar om dan te gaan leven door het geloof. In het geloof Zijn nabijheid. Wat een wonder als de Heere Jezus je bij naam gaat noemen. Als de Heere Jezus je kent! Ja, de Heere Jezus kent ons allemaal maar als de Heere Jeuzus ons persoonlijk bij de naam gaat noemen, dan kan het niet anders dan gaan wij Hem ook leren kennen. Omdat Hij ons eerst heeft lief gehad zullen wij Hem ook lief hebben. En zo zien we Maria heen gaan om de boodschap door te geven. Dus eerst is de Heere Jezus verschenen aan Maria Magdalena, en later ook aan de andere vrouwen en hierna aan 2 volgelingen die op weg zijn naar het plaatsje Emmaus. Maar ook aan petrus. Want als de volgelingen het aan de discipelen het gaan vertellen dat ze Hem gezien hebben dan zeggen ze ja, Simon Petrus heeft het ook al gezegd. De Heere Jezus is ook al aan Hem verschenen! Zie je hoe wonderlijk dat de Heere Jezus naar de grootste zondaren als eerste toe gaat? Waar Petrus Hem zo afgevallen heeft, daar gaat de Heere Jezus als eerste heen. Je kan niet diep genoeg zinken. En dan is het niet zo heel veel zonden doen en dan meer liefde van de  Heere Jezus krijgen. De Heere wil dat we voor de zonde oppassen en leven zoals de Heere het van ons vraagt. Maar heo groot je zonde ook zijn, het is voor de Heere niet te wonderlijk om jou op te zoeken. Maar Zijn discipelen die dit allemaal aangehoord hebben. Ach ze willen het niet geloven, ze kunnen het niet geloven. En toch is hier waarschijnlijk ook Johannes bij, en zal bij hem alles in de strijd liggen want hij heeft de Heere Jezus niet gezien. En Thomas waar is die? Die is hier helemaal niet bij, hij is zo moedeloos! Die is weg gegaan. En dan opeens komt ook  de Heere Jezus in hun midden, waar Thomas niet bij is. En dan dringt de Heere Jezus door de muren heen.  Door de onmogelijkheid heen. En dan gaat de Heere Jezus Zijn eigen laten zien dat Hij opgestaan is. En ze denken dat Hij een spooksel is. Vrede zij ulieden! En ze worden verschrikt en zeer bevreesd. En dat zeg de Heere Jezus; wat zijt gij ontroerd? En waarom klimmen  er zulke overleggingen in uw harten. Ziet Mijn handen en Mijn voeten, want Ik ben het zelf. Tast Mijn aan, want een Geest heeft geen vlees en benen gelijk gij ziet dat ik heb.  En dan moeten ze het wel geloven en dan kunnen ze het ook niet laten om het tegen Thomas te zeggen. Maar Thomas, nee hoor hij is zo moedeloos ook voor hem? En is de Heere Jezus echt opgestaan? En dan een week later zitten ze weer in hun huis en dan is ook Thomas er. Ja nu heeft hij eigenlijk om het maar zo te zeggen geen kerkdienst over geslagen.  Nu heeft hij de kinderen van de Heere opgezocht waar hij zelf toch ook een kind van de Heere is. En dan zit hij daar, en dan opeens dan staat de Heere weer in het midden! En dan ziet Thomas het ook. Maar de Heere kent zijn gedachten. En de Heere zeg opnieuw: vrede zij ulieden. En dan zeg de Heere tegen Thomas Breng u vinger hier. En zie Mijn handen en breng uw hand en steek ze in Mijn zijde en zijt niet ongelovig maar gelovig. De Heere wist het wat Thomas had gezegd, dat Thomas niet zou geloven voordat hij met zijn handen de littekens van de Heere Jezus zou voelen. Dan wist hij het zeker. O en Thomas die mag het nu wel geloven. Dan mag hij het zeggen Mijn Heere en Mijn God! Daar mag hij de Heere Jezus mijnen Mijn Heere en Mijn God. En dan zeg de Heere Jezus omdat gij Mij gezien heb zo hebt gij geloofd, en zalig zijn zij die niet zullen gezien hebben en nochtans zullen geloofd hebben. Ja, nu kunnen wij de Heere Jezus niet meer zien want Hij is opgevaren naar de hemel. Maar asls het geloof mag doorbreken in ons hart dan zijn we zalig! Zul je daarom vragen? Of de Heere onze ogen wil openen? Net als bij de discipelen ze konden het ook niet doen met wat een ander zag. En zo is het persoonlijk zo nodig dat we de Heere Jezus Zelf mogen zien.  Ik voor u daar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven.

Psalmvers 103:7
Geen Vader sloeg met groter meededogen;
Op teder kroost ooit Zijn ontfermend ogen;
Dan Israels Heer op ieder Die Hem vreest;
Hij weet wat van Zijn maaksel zij te wachten;
Hoe zwak van moed, hoe klein wij zijn van krachten;
En dat wij stof van jongs af zijn geweest.

foto: Unsplash, Aaron Burden