Kerstverhaal

Een overzicht van de vorige verhalen is hier te vinden.

Een voorgelezen versie van de Bijbelvertelling is hier als mp3 beschikbaar.

De kleurplaat van deze week is hier(PDF) te vinden.

Kerstfeest in de stal van Bethlehem

Wat een drukte buiten door de straten van Jeruzalem en Judea. Wat is er toch aan de hand? Kijk eens al die mensen lopen! Nou, keizer Augustus heeft een gebod uit laten gaan dat de mensen beschreven moeten worden. Ze moeten dus daarom dus allemaal terug naar de stad waar ze geboren zijn. En daarom is het nu zon drukte. Maar waarom zou keizer Augustus dit toch eigenlijk allemaal willen? Ach keizer Augustus is heel rijk en hij is ook heel machtige. Het is alleen maar dat hij wil weten de grote van zijn koninkrijk. Maar weet je, wat keizer Augustus niet weet is dat Gods raad Gods plan nu toch word uitgevoerd. Want wie zien wij daar lopen? Kijk eens naar die mensen. Daar tussen die mensen lopen een man en een vrouw. Het is Jozef en Maria en kijk eens. Maria verwacht een kindje. En zo te zien zal het niet lang duren voordat het geboren gaat worden. O, maar Jozef en Maria zijn helemaal niet getrouwd. Hoe kan dat dan? Want Gods woord zegt dat we toch getrouwd moeten zijn voordat we een kindje kunnen krijgen. Jozef was ook erg geschrokken toen hij dat van Maria hoorde want er was een Engel verschenen bij Maria en de Engel had verteld dat ze een Zoon zal ontvangen. En niet zomaar een Zoon, niet zomaar een Kindje.. maar Gods Zoon. Die uit de hemel zal komen. En Jozef die had het niet kunnen geloven. Jozef was eigenlijk van plan om Maria te gaan verlaten. Maar toen is de Engel ook bij Jozef gekomen. En toen heeft de Engel het ook tegen Jozef verteld. Dat ze een Kind zou krijgen wat Gods Zoon genaamd zal worden. Toen heeft Jozef het geloofd. En zie je ze nu lopen? Jozef en Maria op weg naar Bethlehem naar de stad Davids. Daar zal het Kindeke geboren worden. Dat was allemaal al voorzegt. Maar dat weet keizer Augustus niet dat hij daar ook voor gebruikt word. Kijk, het begint al een beetje donker te worden. Ze moeten nu toch wel een plekje vinden om te kunnen overnachten. Ze kloppen aan bij een deur. Maar Geen plaats. Dan maar naar de volgende plek naar het volgende huisje. Ook geen plaats. Ze geven het niet op want het begint bijna nacht te worden. Overal. Maar overal horen ze geen plaats, wij zitten vol! O ze zouden eens moeten weten wie hier voor hun deur staat. Hoe vol ze ook zitten ze zouden toch een plekje vrij maken voor dit koningsechtpaar waar De Koning geboren staat te worden. Maar nee, dat zien ze helemaal niet het is maar een arm en eenvoudig volk. Daar hebben ze helemaal geen erg in. En zo proberen Jozef en Maria overal maar er is geen plaats. Gesloten huizen en ook gesloten harten. Maar als ze het nu wel geweten hadden, hadden ze het dan wel gedaan? We zullen het zo wel gaan horen! Jozef en Maria lopen verder. Ja, waar moeten ze nu heen? Alles is dicht, alles is vol. Ze zoeken en ze zoeken. Tenslotte ja, ze hebben wat gevonden! Kijk eens, een stal, een beestenstal. Ja daar is wel plaats, daar kunnen ze wel naar binnen. En zo komen ze in een beestenstal in Bethlehem. Maar, maar wil de Heere dat dan wel? Zorgt de Heere nog wel voor Jozef en Maria? Geen huis geen herberg, maar een beestenstal. Ja, toch wil de Heere dit. Gods raad zal bestaan en ook uitgevoerd worden. Maar, maar als Het Kindeke nu geboren gaat worden? Luister maar eens. De Heere wil dat dit gebeurd, want kijk  eens in die nacht word De Heere Jezus geboren. In een stal, in een beestenstal waar het helemaal niet schoon is. In de nacht van de onmogelijkheid, waar niemand weet van heeft. Waar de mensen liggen te slapen, word toch de Zoon van God geboren De Heere Jezus! En kijk eens wat een blijdschap. Dat is er altijd he? Als er een kindje geboren word, dan is er een blijdschap. Maar hier word niet zomaar een kindje geboren. Hier word De Verlosser geboren! En niet in een paleis en in een mooie wieg. Maar dit Koningskind word geboren in een beestenstal. En ze wonden Hem in doeken. Kleertjes hadden ze niet, en ze leggen Hem in de kribbe. Dat is Zijn bedje. De kribbe een voerbak waar de beesten uit eten. Daar word de Heere Jezus dit Koningskind in gelegd. Begrijp jij het nog? Niet te begrijpen toch? De Zoon van God in een beestenstal, in een kribbe waar het vies is, waar het vuil is, waar het stinkt. Wat een bijzondere wegen. God uit de hemel Die gekomen is waar de straten van goud zijn waar Hij woonde bij Zijn Vader is nu na deze aarde gekomen. Hij is gekomen in een vieze beestenstal. En waarom toch? Waarom toch juist op dat plekje? We zullen het horen.

Buiten is het stil en donker. Maar kijk eens buiten daar bij Bethlehem daar bij de velden van Efratha daar brand een vuur. En rondom dat vuur zitten herders. En wat doen herders? Ze houden de wacht over hun kudde, want stel je eens voor dat er een gevaarlijk dier komt dan moeten ze wel beschermd worden. En zo zitten ze daar in de nacht. Ze zitten wat met elkaar te praten rondom het vuur. Het zijn eigenlijk een stelletje verachte herders.  We weten niet waar ze op dat moment over gepraat hebben. Maar 1 ding is wel deze herders zuchten onder de macht van het romeinse rijk. En dat waren moeilijke omstandigheden in die tijd. Want het romeinse rijk kregen steeds meer de macht en och ze hebben misschien wel gesproken over de Verlosser die komen zou. Maar het is al zon lange tijd donker. En toch.. wat de Heere beloofd dat zal gebeuren. Maar ach,  het is al 400 jaar zo stil..er is geen profeet we zouden zeggen er is zelfs geen dominee. Zo ontzettend stil.. zo  ontzettend donker. En daar zitten die herders en misschien zijn ze er nog wel verder vandaan als ooit tevoren en hebben ze helemaal niet meer gedacht of hebben ze helemaal geen verwachting meer dat Hij nog zal komen. En zijn ze misschien wel moedeloos. Ach we weten het niet, wat er in hun hart is omgegaan. Maar dat het donker was, ja dat zeker! En dat het er verloren uitzag, dat ook! Maar weet je, als we gaan zien dat het verloren is en dat het juist donker is dan kan de Heere juist komen dan kan de Heere  juist wonderen doen. Want het volk dat in duisternis wandelt zal een groot licht zien. En dan opeens in die stik donkere nacht komt er opeens een groot Licht uit de hemel en ze schrikken zo geweldig! Er staat opeens een Engel bij hen. En ze vrezen, ja wie zou er niet vrezen? Voor dit hemelse wat hier opeens gebeurd in die donkere nacht. Maar de Engel zegt vreest niet! Want zie.. dat betekend kijk Ik verkondig u grote blijdschap die al de volken wezen zal die namelijk u heden geboren is de Zaligmaker welke is Christus de Heere in de stad David. Hoor je dat? Hoor je dat? U Zaligmaker. Dat u heden geboren is. U Zaligmaker. Heel persoonlijk. U. Ze weten niet wat ze horen. En dit zal u het teken zijn gij zult het vinden in doeken gewonden en liggende in de kribbe. O nu weten ze waar ze het Kind kunnen vinden. In de kribbe, dus in een beestenstal. Daar kunnen deze herders wel bij. Want in een paleis kun je niet zomaar komen. Gelukkig zeg, dat deze eenvoudige herders toch bij de Heere Jezus kunnen komen. Want een beestenstal daar kunnen wij wel zo in lopen. En een kribbe staat gelukkig ook niet hoog. Soms moet een kindje wel eens  opgetild worden om in een wieg te kunnen kijken.  Maar hier, hier kan groot en klein bij. Grote mensen en kleine mensen. Maar weet je wat je wel moet doen? Bukken. Je moet wel kunnen bukken want de deuren van de stal waren vroeger niet zo heel groot. En dan moest je bukken om door die deur heen te kunnen. Dus alleen een bukkend volk dat komt er. Ja, dat komt er altijd. En als de Engel dit gezegd heeft, o kijk eens opeens gaat de hemel open. Midden in de winternacht gaat de hemel open. En moet je eens zien een menigte van engelen. Zoveel en zo ontelbaar. En moet je horen, horen wat ze zingen. Ere zij God in de hoge hemelen vrede op aarde in de mensen een Welbehagen. Begrijpen jullie het nog? In de mensen een Welbehagen. Een hemels koor die dit zingt. Stil en verwonderd zien en horen de herders dit aan. O wat een hemels vrede en een blijdschap daalt er neer in hun hart. Als de engelen weer weg zijn naar de hemel dan zeggen ze tot elkaar laat ons dan heengaan naar Bethlehem. Laat ons dan heengaan! En dan staat er in de bijbel en ze kwamen met haast! Er is haast bij! Ze kunnen niet langer wachten die liefde van God daar zouden ze in verdrinken. Die liefde die ze in hun hart voelen, maar waar ze ook door getrokken worden naar die stal van Bethlehem. O en ze laten zomaar de kudde achter. Ja, ze kunnen zomaar in vertrouwen aan de Heere over geven. Die zal daar ook wel voor zorgen. En zo gaan ze op zoek in Bethlehem naar Het Kindeke. En het duurt niet lang en ze komen daar in de beestenstal en ze zien Het Kindeke liggen in de kribbe. O wat is daar toch veel gebeurd op dat moment. De herders  bij Jozef en Maria. Wat zal er een heiige eerbied en een stilte geweest toen ze dat Kindeke zagen liggen in de kribbe. Wat moet er in hun omgegaan zijn. Ze zeggen wel eens waar 2 of 3 in Mijn Naam vergaderd zijn.  Waar 2 of 3 kinderen van de Heere bij elkaar zijn daar zal Ik Zelf in het midden zijn. En het Koningskind is hier nu in het midden. En wat hebben ze daar rondom de kribbe gestaan en Hem aanbeden dat Lieve Kind wat naar deze aarde wilde komen. En kijk eens die doeken die om dat Kind heen gewikkeld zitten. Die doeken die wijzen op de schuld  van onze zonden. Die doeken dat Hij de schuld  gaat weg dragen.  Dat Zijn Borgwerk is begonnen. Een moeilijk woord Borg. Ik voor u, waar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven. En zo zien we de  herders vandaar weer weg gaan. En  och iedereen die ze tegen komen, moet je horen wat wij hebben meegemaakt in de deze nacht. Wat wij hebben gezien.  Hoort, hoort, hoort, Hoort wat mij God deed ondervinden! O jongens en meisjes dan kan je niet zwijgen hoor! Als dat Kindeke geboren word in je hart dan kan je niet zwijgen hoor! Dan ga je het tegen iedereen vertellen wat dat voor een blijdschap gegeven heeft en wat dat voor een vrede was in je ziel in je hart. En allen die dit hoorden, allen die dit hoorden wat de herders vertelden verwonderde zich. En nu kom ik even terug op gesloten huizen, gesloten herbergen, gesloten harten. Hadden ze echt de deur nu open gezet als ze dit hadden geweten? Ach weet je, als het nu alleen maar bij verwondering blijft dan is het tekort. Want er staat niet in de bijbel dat er meer mensen zijn gaan zoeken naar dit Kind. Naar deze Zaligmaker. Het is bij verwondering gebleven en dat is niet goed.  Want dan kennen we Het Kind niet. Dan kennen we deze Koning niet. De herders die kenden nu deze Koning en die gaan geen onbekende Koning tegemoet als ze zodra ook sterven. Dan weten ze  Wie Hij is. Maar in Bethlehem gingen ze gewoon door. Er was wel verwondering in hun hart, maar geen plaats in hun hart. En het is nooit gekomen tot aanbidden van dit Kind. En nu? Hoe is het nu eigenlijk met jullie? Ja, de Heere Jezus kan je nu niet meer vinden in een beestenstal. De Heere Jezus is weer terug gegaan naar Zijn Vader. Maar weet je we kunnen wel de Heere Jezus nog vinden in de bijbel. Daar kunnen we de Heere Jezus nog vinden. Maar dan moet je wel leren bukken. Dus buig maar je knieën en vouw je handen maar samen. En zeg maar Heer Jezus wilt U ook in mijn hart komen? En vraag ook maar heel veel Heere Jezus wilt U mijzelf leren kennen. Want als we nog een schoon hart hebben ja zo schoon als een paleis dan kan Hij nog niet in ons hart komen wonen. Hij kan alleen maar komen in beestenstallen waar het vies is en stinkt Daar kan Hij komen want daar is wat te doen. Daar kan Hij het hart schoon komen maken en daarin wil Hij ook komen wonen in dat vieze hart. En daarom vraag er maar om of het echt kerstfeest mag worden. Ere zij God in de hoge hemelen vrede op aarde in de mensen een Welbehagen!

foto: Unsplash, Galina N