Kinderverhaal #5

Een overzicht van de vorige verhalen is hier te vinden.

De Franse schoenmaker (deel 1) 

In het Franse dorpje Laheycourt woont een boerenjongen. Hij heet Auguste. Zijn ouders zijn Rooms Katholiek, zoals iedereen in het dorp. Auguste is de oudste zoon van het gezin. Op de dorpsschool doet hij heel goed zijn best. Hij zou heel graag willen doorstuderen, maar zijn vader wil dat niet. Er is geen geld om hem naar een stad te sturen om daar verder te studeren. Auguste is niet sterk genoeg om het werk op de boerderij te doen. Zijn vader stuurt hem naar de schoenmaker van het dorp. “Ga daar maar het schoenmakersvak leren.” Auguste durft niet te weigeren. Hij begrijpt ook wel dat er weinig andere mogelijkheden zijn. Een paar jaar later is hij oud genoeg om naar de dichtstbijzijnde stad (Bar-le-Duc) te gaan om werk te zoeken. In de voorzienigheid van de Heere krijgt hij een plaats in de werkplaats van een Protestantse schoenmaker, met de bedoeling dat hij daar een jaar zal blijven. 

De schoenmaker is een hele goede baas voor hem. Auguste wordt goed behandeld en hij voelt zich daarom heel gelukkig. Ook met de andere jongens die er werken kan hij goed opschieten. Ze kunnen goed samenwerken en ze zijn heel vriendelijk. Sommigen van hen komen uit Duitsland. Als ze aan het werk zijn zingen ze regelmatig psalmen en gezangen, die ze in hun vaderland geleerd hebben. ’s Zondags gaan ze allemaal naar de protestantse kerk. Auguste gaat dan naar de roomse kerk. Maar hij voelt zich wel aangetrokken tot de muziek van de jongens en al gauw kent hij ook al woorden en regels van wat ze zingen. 

Bovendien geeft zijn baas hem een Nieuw Testament. Hij is er erg blij mee. Als het jaar voorbij is laat hij zich overhalen om de laatste zondag een gebedsbijeenkomst in de Protestantse Kerk bij te wonen. Tot zijn grote verbazing hoort hij dat er ook voor hem gebeden wordt nu hij op het punt staat hen te verlaten. Het raakt hem heel diep. 

De volgende morgen gaan de schoenmaker en de jongens naar het station om Auguste uit te zwaaien. Ze zeggen hem allemaal vriendelijk gedag. Dan roept de schoenmaker hem even apart. Nu Auguste de grote wereld ingaat wil hij hem nog goede raad meegeven. “Ik wil je graag een tekst meegeven, Auguste,” zegt hij. “Laat me de tekst in jouw Nieuwe Testament onderstrepen en ik zal bidden of God het in je hart wil brengen.” Hij onderstreept de tekst uit Jacobus 1:5: En indien iemand van u wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere, Die een iegelijk mildelijk geeft, en niet verwijt; en zij zal hem gegeven worden. 

Auguste reist naar de volgende grote stad. Hij vindt er makkelijk werk. Echter, na een paar maanden reist hij weer verder. Hij wil graag dichtbij Parijs gaan wonen en daarom gaat hij van stad naar stad in de richting van Parijs. Uiteindelijk kan hij werk vinden in een dorpje vlak bij Parijs. Hij neemt het besluit om daar te blijven. 

De schoolmeester van zijn geboortedorp had hem de liefde voor boeken bijgebracht. Dat blijkt nog steeds zo te zijn en nu hij eigen baas is gebruikt hij al zijn vrije tijd om naar Parijs te lopen om boeken te kopen. Op één van deze wandelingen krijgt hij het heel warm en is hij heel moe. Daarom gaat hij op de trappen zitten van een kerk om uit te rusten. Even later hoort hij mensen in de kerk zingen. Wat hij hoort komt hem bekend voor. Het doet hem denken aan de liederen die de Duitse jongens zongen in Bar-le-Duc in de werkplaats. Hij doet de deur een beetje open en kijkt door de kier naar binnen. Hij ziet gelijk dat het een Protestantse kerk is, want hij ziet geen beelden en kruisen. Hij gaat zachtjes naar binnen en geniet van het zingen. Hij wil ook graag blijven om de preek te horen. De dominee staat op en leest de tekst op waarover hij wil preken: En indien iemand van u wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere, Die een ieder mildelijk geeft, en niet verwijt; en zij zal hem gegeven worden. Auguste herkent onmiddellijk de woorden en ze raken hem diep. Met grote aandacht luistert hij naar de preek. De Heere leert hem dat hij zelf helemaal geen wijsheid heeft en dat hij een onwetende en hulpeloze zondaar is. 

In de weken die volgen komt de tekst telkens terug in zijn gedachten. Hij wordt geleid door de Heilige Geest om te vragen om de ware wijsheid van God in Jezus Christus. God verhoort zijn gebed en Auguste wordt een nieuw mens. Op nieuw geboren! Een paar maanden later ontvangt de dominee in Bar-le-Duc een brief van Auguste. Hij vertelt over de wonderlijke verandering die hij had meegemaakt.

Hij vertelt de dominee dat hij een verlangen voelt om anderen de wijsheid van God bekend te maken, die hemzelf zoveel vreugde heeft gegeven. Hij vertelt dat hij geen schoolopleiding heeft. “Het enige wat ik kan, is laarzen en schoenen maken. Denkt u daarom dat ik het verlangen om dominee te worden maar moet wegstoppen? Of moet ik wachten tot de Heere een weg voor mij opent? 

(wordt vervolgd)

foto: Unsplash, Raoul Ortega