Bijbelverhaal #8

Een overzicht van de vorige verhalen is hier te vinden.

Een voorgelezen versie van de Bijbelvertelling is hier als mp3 beschikbaar.

De kleurplaat van deze week is hier(PDF) te vinden.

Bijbelverhaal #8 - Ezau en Jakob  

Ha Jongens en meisjes! We mogen er weer zijn. Ken jij dit liedje ook? Misschien zing je dit wel eens op school? Dank U voor deze nieuwe morgen. Dank U voor deze nieuwe dag. Dank U dat ik met al mijn zorgen bij U komen mag. Dat is de Heere in de hemel die we mogen danken. Weet je waarom ik nu met dit lied begonnen ben? Omdat we van de week dankdag hebben gehad in de kerk. Misschien heb je er wel eens over gehoord. Dankdag. Wat is eigenlijk dankdag? Dankdag. Misschien heb je ook wel eens gehoord van biddag. Biddag en dankdag word 1 keer op een jaar gehouden. Dan gaan de mensen naar de kerk en dan mogen ze op biddag de Heere bidden voor hun eten voor het dagelijkse leven voor de kleding maar bovenal voor onze ziel die je niet ziet. Maar die we toch in ons om dragen een ziel voor de eeuwigheid. Of de Heere ons wil leren Wie Hij is en wie dat wij zijn. En dan is er ook aan het einde van het jaar dankdag. En dat hebben we van de week mogen houden dankdag om de Heere te danken voor alle dingen wat Hij ons elke dag geeft. En dat wilde ik jullie graag even wij vertellen. Want het is toch eigenlijk een wonder elke dag overlaad Hij ons met Zijn gunstbewijzen. Elke dag is er nog voedsel eten kleding drinken mogen we nog naar school. Zo veel dingen om de  Heere te danken. 

Nu ga ik jullie een verhaal vertellen en dat gaat over Jakob. De vorige keer hebben we het gehad over Jakob en Ezau. En Jakob die mag ware dankdag houden. Luister maar eens goed. De vorige keer ging het over twee broers Jakob en Ezau. Misschien heb jij ook wel een broer of een zus. En dan kan je wel eens mensen tegen komen en die zeggen he, jij lijken precies op je zus of precies op je broer. De vorige keer hebben we het dus gehad over Jakob en Ezau en als je nog goed nadenkt weet je dus dat Jakob en Ezau twee totaal verschillende kinderen waren. Het was een tweeling. En tweelingen kunnen veel op elkaar lijken.  Maar Jakob en Ezau lijken helemaal niet op elkaar. Ezau is de grootste en de sterkste. Ezau heeft rossig haar en in Gods woord, de bijbel staat dat zijn huid was als een harig kleed. Dus Ezau heeft heel veel haartjes op zijn armen, op zijn benen op zijn hals. Maar Jakob niet, Jakob helemaal niet. Jakob is niet rossig, hij ziet er heel anders uit en hij is een glad man. Dat betekend dus dat hij geen haartjes heeft. Zo zie je dat Jakob en Ezau  totaal verschillend zijn. Maar niet alleen uiterlijk ook innerlijk zijn Jakob en Ezau heel anders. Dat kan je al zien in het werk dat ze mogen doen, bijv. Ezau is heel jachtig. Elke dag gaat hij met zijn pijl en boog erop uit in het veld en gaat hij zoek naar het wild. Hij schiet dan en dier en dat neemt hij dus mee naar huis en dat is dan hun eten. Jakob niet. Jakob heeft heel ander  werk. Jakob is schaapherder, hij zit vaak bij zijn schapen en daar zorgt hij voor. Maar Jakob is ook veel stiller dan Ezau. Hij denkt ook over heel veel dingen na. Ezau niet. Ezau is jachtig en zo is ook zijn karakter. Maar Jakob zit vaak stil bij zijn moeder Rebecca in de tent. En weet je waar hij het meest over nadenkt. Over de dingen van de Heere, over de God van de hemel daar denkt hij over na. Wie is Die God? Wie is hij zelf tegenover Die God? Wat betekend de eeuwigheid? Hij denkt na over dit leven na dit leven. Ezau niet, Ezau heeft het zo druk in dit leven. O Ezau heeft er helemaal geen tijd voor en heeft er ook geen zin in.

Op een dag roept vader Izak Ezau. Ja, Jakob en Ezau zijn inmiddels al grote mannen geworden. En Izak en Rebekka zijn al oud geworden. Izak is blind door de ouderdom dus hij kan de dingen niet zien. En op een dag roept hij Ezau. En hij zeg Ezau zou je voor mij eens een wildbraad willen schieten en het lekker klaar willen maken dan zal  ik je de zegen geven voordat ik ga sterven. Hoor je dat? Izak voelt dat hij hier niet kan blijven wonen maar dat hij een keer zal gaan sterven. Hij is ook al zo oud, het zal waarschijnlijk niet lang meer duren. Izak houd heel veen van Ezau, omdat hij het wildbraad zo heerlijk vind. En Rebekka houd juist heel veel van Jakob. Omdat Jakob heel rustig is. Omdat Jakob heel anders is dan Ezau. En eigenlijk is het niet goed wat ik nu vertel.  Want ik hoop 1 ding dat als je ene vader of moeder mag hebben dat ze allebei zoveel van je houden als tegenover je andere broers of zussen als je die mag hebben. Want het is niet goed om 1 kind voor te trekken, en dat zien we hier bij Izak en Rebekka wel. Izak houd veel van Ezau en Rebekka houd veel van Jakob. Toch moeten we alle kinderen evenveel lief hebben. Izak zeg: Ezau zou je dat willen doen? Ja, Ezau zou dat wel willen. De grootste zegen die zou hij wel willen hebben. Maar Ezau, weet je niet meer wat er een poos geleden is gebeurd? Dat je de belangrijkste zegen en de grootste zegen heb verkocht aan je broer Jakob? Want het maakte je niet uit. Die grote zegen. Ja, vroeger was er in het land de gewoonte dat de oudste kinderen de belangrijkste zegen kregen, de eerstgeboortezegen. Het wees ook op de Heere Jezus Die komen zou, Die geboren staat te worden. En ach, Ezau was er helemaal niet mee bezig, hij zeide toen laat me toch slorpen van dat rode spul daar. Zo onverschillig. Hij zei niet laat me toch wat eten van die soep. Nee, laat me toch slorpen van dat rode spul daar. Zo mag je helemaal niet praten over het eten en het drinken. Maar Ezau deed dat. En toen heeft Jakob gezegd dan wil ik die eerstgeboortezegen hebben want ach hij had de Heere zo lief. Goed had Ezau gezegd, best, prima! Jij dan de eerstgeboortezegen, als ik maar dat rode spul daar mag hebben. En zo is het gebeurd dat hebben jullie gehoord. Maar Ezau denkt daar nu niet over na. O nee, ja natuurlijk wil hij die grootste zegen hebben dat was de rijkste zegen. Ja die wil hij toch wel hebben. En zo zien we Ezau gaan. Hij gaat de tent uit, hij gaat het veld in en hij gaat schieten op een stukje wildbraad voor zijn vader. Maar waar Ezau op dat moment geen erg in heeft en ook vader Izak niet is dat moeder Rebecca alles heeft gehoord. En met schrik om haar hart loop ze vlug naar Jakob, want het gaat nu niet goed. Jakob moet de eerste zegen krijgen de eerst-geboortezegen, dat had de Heere beloofd. En nu gaat het helemaal mis! Maar Rebekka Jakob is toch niet de oudste? Nee, dat is zo maar toch had de Heere gezegd dat Jakob het zal krijgen en dan moet ze toch de Heere daar een beetje in helpen. Dat Jakob de zegen krijgt en niet Ezau. Maar Rebecca de Heere is toch God? De Heere zal er dan toch ook Zelf voor zorgen?  Doen wij dat ook niet vaak? Proberen wat zelf te doen. Proberen wat zelf te helpen. Terwijl dat alles van de Heere gegeven moet worden. Alles. Onze kracht, onze moed, voor elke dag. En we denken het vaak zelf te kunnen, maar ook denk Rebekka het nu wel zelf te kunnen en de Heere eigenlijk een handje te helpen. Ze is er zo zeker van dat Jakob de eerstgeboortezegen, de eerste zegen moet ontvangen dat ze dus heel vlug naar Jakob toe loopt. En dan zeg ze Jakob, Jakob jij moet de eerstgeboortezegen ontvangen. Ga gauw twee geitenbokjes halen in je kudde, en ik zal ze smakelijk klaar maken. En dan breng jij ze tot je vader zodat jij de zegen mag ontvangen. Maar zeg Jakob,  maar zeg hij tegen zijn moeder: Vader zal er toch achter komen want mijn broer Ezau is een harige man en ik ben een gladde man. Ik heb geen haartjes op me armen en als hij mij gaat betasten, want vader kan niet zien. Dan gaat hij misschien mij betasten  en dan komt hij erachter dat ik Jakob ben en dan ben ik een bedrieger. En dan krijg ik geen zegen maar dan krijg ik misschien wel de vloek mee. Nee zeg Rebekka, Jakob luister, als dat gebeurd zal ik in jou plaats gaan staan dan zal ik de vloek dragen. Echt Jacob,  ga maar jij heb de eerstgeboortezegen nodig, die is voor jou! En zo gebeurd het. Zie je Jakob staan bij zijn vader Izak? Rebecca is heel slim geweest, want ze heeft de huid van de geitenbokjes om de armen gedaan van Jakob en over zijn hals. En nu lijken Jakob dus een harige man. Dus als zijn vader gaat voelen, voelt hij dus allemaal haartjes en denk hij dat hij Ezau is.  En zo staat Jakob dus voor zijn vader Izak. Hier ben ik zeg Jakob. Wie zijt gij mijn zoon vraag Izak? En Jakob zeide ik ben Ezau u eerstgeborene. Och Jakob, je doet ook al zonde net als Ezau je mag niet liegen! Izak zeg je ben al zo snel terug. Kom eens dichterbij. Laat mij eens voelen wie je ben, of je Ezau ben of niet. Izak voel en voelt. Hij zeg de stem is van Jakob maar de handen zijn Ezau’s handen. Nog een keer vraag Izak: Ben je Ezau? Jakob zeg: Ik ben het. Kom toch eens bij me zeg Izak, en geef me eens een kus. Izak ruikt nu aan zijn klederen. Ja, dat is de geur van het veld. Hij ruikt eens goed. En zo word Jakob toch gezegend. Zie je het? Het kind van de Heere word nu gezegend. Ja, Jakob verlangde waarschijnlijk zo erg naar de dingen van de Heere en de eeuwigheid dat hij er zelfs om liegt. Om door een leugen de zegen te ontvangen. En zo gebeurd het toch dat hij de belangrijkste zegen ontvangt. Moet je horen wat vader Jakob zegt:  Hij krijg de zegen van de Beloofde Verlosser, dat Die geboren staat te worden de Heere Jezus. Maar ook zal hij heersen over de volkeren en over zijn broederen. En hij zal een overvloed van rijkdom ontvangen. En zo gebeurd het. Jakob is nog maar net weg, en kijk eens wie daar zo vlug aan komt lopen. Het is Ezau.  Mijn vader, vrolijk komt hij de tent binnen. Sta op en eet van het wildbraad, zodat ik de zegen mag ontvangen. Nu schrikt Izak ontzettend. Wie was er toen net dan bij mij? Ik heb al gegeten en ik heb al de zegen gegeven. O Ezau schreeuwt het nu uit: zegen mij ook mij ! Mijn Vader! Ezau begrijpt nu, dat hij bedrogen is. Maar ook vader Izak begrijpt wat er gebeurd is. Maar Ezau is woedend! En hij blijf maar vragen of zijn vader ook nog voor hem een zegen heeft. Maar Izak heeft de grootste zegen al aan Jakob gegeven.  Toch zegent hij ook Ezau. Ezau zal rijk worden, maar Jakob zal de rijkste zijn. Want Jakob is Gods knecht. Ezau is heel boos die wil Jakob nu gaan doden.  Moeder Rebekka zegt het gauw tegen Jakob als ze dit hoort, dat hij moet vluchten. Vlucht! Naar oom Laban in Syrië, daar ben je veilig! En daar gaat Jakob de onbekende toekomst tegemoet. En moeder Rebekka kijkt hem met verdriet na. Haar lieve zoon, daar gaat Jakob. En Jakob zal zijn moeder hier op aarde nooit meer zien. Wat is de zonde toch erg en verdrietig! Ook een kind van de Heere is niet beter dat heb je wel gehoord. Al is het bij Ezau krokodillentranen, geen echte tranen van berouw. Hij hield eigenlijk toch niet van de Heere. Jakob wel, en daar had hij een leugen voor over. Maar nu is hij op weg naar zijn oom Laban, en voelt hij dat het niet goed geweest is om op deze wijze tegenover de Heere en zijn vader te gedragen. Als een vluchteling voor zijn eigen broer loop hij daar nu. Het is een eind lopen een reis van dagen. En waar moet hij s nachts slapen? Er is geen andere mogelijkheid dan onder de open hemel, op de grond. Moet je kijken waar hij zijn hoofd neer legt, op een steen. Met vermoeidheid en verdriet in zijn hart zal hij wel in slaap gevallen zijn. Droom jij wel eens?  Dromen zijn bedrog he? Word er vaak gezegd. Het klopt vaak niet wat je droomt. Er zit veel waarheid in een droom. Al kan het soms wel een verwerking zijn over wat je overdag heb meegemaakt, dat je daar dan van droomt ` s nachts. Maar  Jakob droomt hier iets heel bijzonders, dat is wel een werkelijke ware droom. Jakob ziet in zijn droom een lange ladder van de hemel naar de aarde. En op de ladder ziet hij engelen van beneden naar boven lopen, En bovenaan de ladder helemaal bovenaan ziet hij de Heere Jezus staan. En hoor eens: De Heere spreekt; Ik ben de Heere de God van Abraham en de God van Izak. Horen jullie dat? De God van Abraham, zijn opa, De God van Izak, zijn vader. En dan spreekt de Heere nog meer, en dit land waarop gij nu lig te slapen  zal ik u geven en uw zaad. De Heere wil eigenlijk zeggen dat hij in dit land terug zal komen, dat dit land voor Jakob is en ook voor zijn kinderen. Het land dat hij nu moet gaan verlaten. Jakob word vol van verwondering wakker en hij roept het uit; De Heere was aan deze plaats en ik heb het niet geweten. Och wat een wonder dat de Heere hem opgezocht heeft. Nooit heeft hij het meer verwacht. Hij had het zo verzondigd bij de Heere. Zie je dat? Als je een kind van de Heere geworden ben dan zal je dat ook altijd blijven. Ook als je gezondigd heb, de Heere komt dan ook altijd weer terug. En zo onverwachts en zo onverdiend dat Jakob zich schaamt hij zeg dit is een huis Gods en dit is een poort des hemels. O hoor je dat? Een poort des hemels het is voor Jakob even de hemel op aarde. Midden in de nacht waar het zo donker was. Verlaten van zijn vader en moeder en zijn broer. Verlaten van de Heere en nu is daar opeens Die Getrouwe uit de hemel! Ja jongens en meisjes, als de Heere in je leven komt gaat het goed al zie je dat niet altijd. Want de Heere gaat je bestaan open leggen. Gezondigd tegen een Goeddoende, onbekende God. Dan komt er een droefheid over je fouten dingen, je zonden. En dan is het nodig dat ook voor ons hier op aarde  de hemel mag open gaan net als bij Jakob. En dan komt Hij met Zijn Lieve Zoon. Jezus Christus en Dien gekruisigd. Kom, heb jij er geen zin in? Begin er vandaag maar mee. Want nu heb je mogen zien wie de gelukkigste is van deze twee broers. Jakob. Dat S Heeren Zegen op Uw daal. Ook op jou hart en leven Zijn Zegen. Die mocht op Jakobs leven neerdalen. En dan word het een ware dankdag. Jakob neemt de steen en zet die rechtovereind en giet er de olie overheen. En noemt deze plaats Bethel. Dat betekend huis van God. En dat wens ik jullie allemaal toe, ook jullie vader en moeder of degene die voor jullie mogen zorgen. Zijn lieve Zegen!

foto: Unsplash, NeONBRAND