Kinderverhaal #4

Een overzicht van de vorige verhalen is hier te vinden.

Gods bescherming in de oorlog 

Er wordt hard gevochten rond een klein dorpje in België. De Engelsen, die het dorp hadden ingenomen moeten nu weer vluchten voor de Duitsers die hen met een grote overmacht aanvallen. Zo snel mogelijk vluchten de Engelse soldaten weg. Maar dat lukt niet iedereen. Een korporaal en drie soldaten uit Schotland kunnen niet meer wegkomen. Ze zijn ingesloten en zitten als ratten in de val. Ze lopen door een straat. Ze zien een deur van een huis openstaan. Ze gaan gauw naar binnen. Het huis is al verlaten. De bewoners zijn gevlucht voor het oorlogsgeweld. De soldaten gaan zo gauw mogelijk de trap op en lopen naar de zolder. Als daar een raam is kunnen ze naar buiten kijken. De zolder is leeg. Er is wel een raampje. Maar zo hoog dat ze er niet bij kunnen. 

“Laten we hier maar een poosje blijven”, stelt de korporaal voor. Ze luisteren naar de verschrikkelijke geluiden buiten. Het is voor hen wel duidelijk. De Duitsers plunderen huizen, ze doden inwoners van het dorp en steken de huizen in brand. Af en toe horen ze gegil en geweerschoten. Dan is er weer een explosie. Het huis schudt er van. Ze ruiken ook de geur van brandend hout. Het gaat zo uren door. De soldaten weten wel dat ze vroeg of laat zullen gevonden worden. En ze verwachten niet dat ze het er levend van af zullen brengen. 

Plotseling zegt de korporaal: “Mannen, het is hoog tijd dat we hier een kleine kerkdienst houden. Dat zou wel eens de laatste kunnen zijn.” De soldaten kijken een beetje verbaasd op. Maar ze zetten hun geweren tegen de muur en gaan in de houding staan. De korporaal pakt een klein bijbeltje uit zijn borstzak en bladert er even in. “Kunnen we eerst iets zingen? Laten we heel zachtjes psalm 23 zingen.”
Ik vrees niet, neen; schoon ik door duist’re dalen, 
In doodsgevaar, bekommerd om moest dwalen; 
Gij blijft mij bij in alle tegenspoeden; 
Uw stok en staf zal mij altoos behoeden. 

Het zingen gaat niet helemaal goed, maar de woorden komen uit hun hart. Dan begint de korporaal uit de bijbel te lezen: “En vreest niet voor degenen die het lichaam doden en de ziel niet kunnen doden; maar vreest veelmeer Hem, Die beide ziel en lichaam kan verderven in de hel. Worden niet twee musjes om een penningsken verkocht? En niet één van deze zal op de aarde vallen zonder uw Vader. En ook de haren van uw hoofd zijn alle geteld. Vreest dan niet; gij gaat vele musjes te boven.” (Matth. 10:28-31) 

Terwijl hij leest horen ze luid geschreeuw beneden. Deuren slaan. Glas wordt kapot geslagen. Maar de korporaal leest door: “Die zijn ziel vindt, zal dezelve verliezen; en die zijn ziel zal verloren hebben om Mijnentwil, zal dezelve vinden.” (vers 39) Hij eindigt en zegt met een flauwe glimlach op zijn ernstige gezicht: “Ik ben hier niet zo goed in, maar we zullen het maar afronden. Laten we bidden.” 

De korporaal staat met zijn bijbel in zijn hand en de anderen knielen neer en buigen hun hoofd. Heel eenvoudig bidt hij. Af en toe stopt hij en probeert alles voor de Heere neer te leggen. Hij vraagt om kracht om hun lot als mannen te dragen. Terwijl hij aan het bidden is wordt de deur open gesmeten en ze horen een vreugdekreet. Daarna een zucht van verbazing. Niemand bewoog zich en de korporaal bidt rustig verder. Hij wacht even en dan bidt hij het Onze Vader: “Onze Vader, Die in de hemelen zijt. Uw naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde. Geef ons heden ons dagelijks brood. En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Want Uw is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.

ijdens het bidden horen ze dat er een Duitse officier of soldaat staat. Ze zien niets, maar ze voelen wat er gebeurt. Ze horen zijn hielen tegen elkaar klappen en ze weten dat hij nu ook in de houding staat. De spanning blijft een poosje hangen. Dan horen ze dat de deur zachtjes gesloten wordt. Ze horen de voetstappen van de Duitser als hij naar beneden loopt. Het lawaai in het huis neemt geleidelijk af. Na enige tijd is het helemaal stil in het huis. Als het donker wordt lopen de vier mannen naar beneden en met een wijde boog sluipen ze om de Duitsers heen en bereiken veilig de Engelse troepen. 

Uit: “The Friendly Companion”, februari 2015
 

foto: Unsplash, Biegun Wschodni